Een open brief aan Poetry International Rotterdam

Geachte Poetry International Rotterdam,

In uw eigen woorden, brengt het Poetry International Festival Rotterdam 'de meest opmerkelijke poëzie van de baanbrekende grote meesters samen, naast de nieuwe en originele poëtische talenten van over de hele wereld.' Het is echter duidelijk dat deze verklaring vooral voor mannen geldt.

In de tien festivals tussen 2006 en 2015, was maar 26% van de aanwezige dichters vrouw. Het dieptepunt werd in de 2013 en 2014 edities bereikt, met een magere 16%. 

Wanneer we specifiek kijken naar de dichters uit de VS die op het festival aanwezig waren, is de buitensluiting nog erger. In de afgelopen 10 jaar, is er nog maar 1 vrouw gepresenteerd uit de VS, en nog maar 1 gender queer dichter — de overgebleven 11 waren allemaal man. Maar 2 van die 13 dichters waren mensen van kleur. Gezien de bruisende en verruimende diversiteit van de hedendaagse Amerikaanse poëzie, getuigt deze uitsluiting van een vooroordeel tegenover een netwerk van de 'old boys' — een netwerk die de infrastructuren van de literaire gemeenschap wereldwijd al veel te lang heeft bepaald. 

In haar introductie tot de 2012 bloemlezing I’ll Drown My Book: Conceptual Writing By Women, schrijft Laynie Browne:

'Dit boek begon voor mij met het probleem van de ondervertegenwoordiging van vrouwen, vooral in de belangrijke momenten waar bewegingen zich vestigen, kristalliseren en gedocumenteerd worden door bijeenkomsten, publieke evenementen en bloemlezingen. En waar sommigen wellicht zouden beargumenteren dat vrouwen niet schrijven en publiceren in [conceptuele poëzie], is het vaak in het stadium van het opstellen van bloemlezingen, waar de getallen beginnen te verschuiven, waardoor vrouwen niet adequaat genoeg gerepresenteerd worden.'

Net als de bloemlezing, is het literaire festival een 'canonizing' act. Daarnaast is het een viering van schrijvers en een van de weinige instanties waar we directe betaling ontvangen voor ons werk. Het probleem van ondervertegenwoordiging is een probleem dat uw programma onbestreden laat. Voor het Poetry International festival, wordt elke juni de vertegenwoordiging van onze wereldliteratuur overgelaten aan blanke, meestal heteroseksuele, mannen. Daar ligt uw programmerings keuze, en daar gaat uw festivalgeld naar toe.

Op zijn best, geven de enorme tegenstrijdigheden in uw programma een seksistische curatie van het Poetry International festival weer; op zijn slechtst, geeft het de totale som van een patriarchale, blank suprematistische, heterononormatieve cultuur weer. Dat Kenneth Goldsmith te zien is op het festival dit jaar, komt dus helaas niet als verassing. Goldsmith’s aanwezigheid bij de Interrupt 3 conferentie bij Brown University op 14 maart 2015, waarbij hij het autopsieverslag van Michael Brown 'remixte', kan niet genegeerd worden. Michael Brown was een 18-jarige zwarte man doodgeschoten door politie op 9 augustus 2014, in Ferguson, Missouri. Terwijl Goldsmith beweert dat het zijn intentie niet was wit-op-zwart geweld na te bootsen, is dat precies wat hij deed. Goldsmith is een voorbeeld van wit-mannelijk-voorrecht en kolonisatie, en daardoor een perfecte match voor het Poetry International festival oeuvre.

Poetry International wordt voor een groot deel, direct en indirect, gefinancierd door het Nederlandse Ministerie van Cultuur. Veel van ons bij Versal zijn Nederlandse belastingbetalers, en Versal zelf is een belastingbetalende entiteit in Nederland. Wij zijn van mening dat de fondsen van Poetry International naar een veel breder, inclusieve reeks van dichters, van de VS, Nederland en verder moeten worden geleid, indien het Poetry International festival uw doel wil tegemoetkomen om 'kwalitatieve poëzie uit Nederland en wereldwijd aan een internationaal lezerspubliek te presenteren, om poëzie vertaling te stimuleren, om de internationale uitwisseling van poëziekennis te verbreden, en om een internationale gemeenschap van poëzielezers te faciliteren.' Wij weten dat er gelimiteerde fincanciering is in de arena van poëzie; en het blijvende geven van deze fondsen aan diegene die al goed gefinancierd zijn dient zich verder alleen om de ongelijkheid in onze literaire gemeenschap te verstevigen, en brengt de buitensluitingen en vooroordelen van de programmering van het festival in scherp licht.

We roepen Poetry International Rotterdam op om de publieke fondsen te herverdelen onder de volle reeks dichters die zich bezig houden met onze kunst, in lijn met het Nederlandse Cultuurbeleid, die de wet van intentie van culturele diversiteit verklaart. Daarbij roepen we u op om uw festivalprogrammering te corrigeren, waarin vrouwen, mensen van kleur, en de LGBT-gemeenschap, op grote en gewetenloze wijze buitengesloten worden.

Om onze zorgen te verpersoonlijken, zullen we dit jaar het festival niet bijwonen, en we roepen anderen op om mee te doen in dit protest.

We hopen dat deze open brief voor het begin van een hoognodige publieke conversatie zal dienen. We zullen voor het festival van volgend jaar nogmaals deze telling doen, en hopen aanzienlijke — niet alleen symbolische — vorderingen te zien.

Hoogachtend,
Versal


De telling

In 2010 begon een organisatie genaamd VIDA: Women in Literary Arts een jaarlijkse telling van de publicatie cijfers van vrouwen en mannen in grote literaire publicaties in de VS. In 2015 begon het ook vrouwen van kleur te tellen. VIDA’s vondsten bewijzen dat het zwaartepunt van de Amerikaanse literaire gemeenschap ligt bij mannelijke en blanke schrijvers. 

Deze tegenstrijdigheden bestaan ook hier in Nederland. In april deed NRC Handelsblad haar eigen telling en vond evenzo schokkende verschillen onder boekrecensies in de belangrijkste Nederlandse kranten. Dit zijn natuurlijk uitsluitingen die verder dan recensies reiken; ze kunnen ook gevonden worden in boektransacties, publicatietarieven, leesseries, festivals, en (publieke) financiering allocaties.

Om het Poetry International Rotterdam festival’s record in dit opzicht af te leiden, hebben wij een steekproef gedaan van de tien jaar uit de programma’s tussen 2006 (de 37e editie) en 2015 (de 46e editie). We hebben de dichters die op elke editie aanwezig waren geteld, met behulp van Poetry International’s eigen online database. We hebben eerste de vrouwen, mannen en gender queer dichters geteld, en daarna mensen van kleur, verwijzend naar de bronnen waar nodig. In onze telling, verwijst POC (people of color) naar de dichters die een raciale minderheid vormen in het land dat ze vertegenwoordigden op het festival, zoals Arthur Sze uit de VS of Lionel Fogarty uit Australië. De POC telling van het 2006 festival, waarvan het festival archief incompleet is, was gebaseerd op internetbronnen om het land van de dichter te determineren. We veronderstellen dat onze telling van queer vertegenwoordiging incompleet is. Onze kennis van openlijke queer dichters is veelal gelimiteerd tot degene die in de VS wonen, en de variërende niveaus van acceptatie van LGBT mensen wereldwijd zou dichters kunnen dwingen zichzelf in de kast te behouden ter bescherming. We hebben Poetry International’s dichters bio’s met Wikipedia, persoonlijke websites enzovoorts kruisverwezen. Relatiestatus of seksuele oriëntatie worden vaak niet vernoemd in deze bronnen.

We aanvaarden dat er mogelijke fouten in deze data aanwezig zijn, maar houden aan dat deze telling voldoende is om de buitensluitingen en vooroordelen in de programmering van het festival bloot te leggen.